Een boost voor beschadigde longen
Piepkleine bolletjes die beschadigd longweefsel te lijf gaan: prof. dr. Irene Heijink en haar team zijn er serieus mee bezig. Zij onderzoeken of medicijnen in deze gelbolletjes de longblaasjes van mensen met COPD kunnen herstellen.
De longen kunnen schade zelf voor een deel herstellen. Maar bij COPD werkt dat systeem niet goed genoeg. ‘De longblaasjes blijven ernstig beschadigd, waardoor de longen minder zuurstof opnemen. Dat leidt tot benauwdheid en snel moe zijn’, zegt Irene Heijink, medisch bioloog en onderzoeker aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. In de longen zitten speciale cellen die helpen bij het herstel. Deze stamcellen werken bij mensen met COPD minder goed. Ze maken te weinig groeistoffen aan. Daardoor worden kapotte longblaasjes bij hen niet meer gerepareerd of vervangen. Irene Heijink vertelt over het inmiddels afgeronde onderzoek. ‘Het doel was om die ondersteunende stamcellen wakker te schudden. Zo zouden ze hopelijk weer groeistoffen gaan aanmaken. Als dat lukt, zullen de longblaasjes ook herstellen. We wilden testen of je dat wakker schudden met bestaande medicijnen kunt doen.’
Veelbelovend
De onderzoekers testten de medicijnen op verschillende manieren. Eerst gebruikten ze mini-longetjes in een kweekschaaltje, gemaakt van cellen van mensen met COPD. Heijink: ‘Toen we de medicijnen aan de mini-longetjes toevoegden, zagen we dat de longblaasjes inderdaad veel beter gingen uitgroeien. Dat is een heel mooi begin.’ Daarna testten de onderzoekers de medicijnen op longweefsel van varkens. De longen van varkens en schapen lijken qua bouw sterk op die van mensen. ‘Het longweefsel heeft een ingewikkelde structuur. Daardoor konden we goed zien wat er gebeurt als we er medicijnen aan toevoegen. Ook deze resultaten lijken veelbelovend.’ Tot slot gebruikten de onderzoekers longen die buiten het lichaam blijven ademen. ‘Een heel vernieuwend en waardevol model’, zegt Heijink. ‘Er zit wel een nadeel aan. De longen blijven nu nog maar zes tot twaalf uur buiten het lichaam in goede conditie. Daarom zoeken we eerst naar een betere manier om de longen langer goed houden. Als dat lukt, gaan we ook in dit model de medicijnen testen.’
‘De eerste resultaten zijn hoopvol: de longblaasjes groeiden veel beter uit’
Medicijnen op de juiste plek
De medicijnen moeten dus diep in de longen komen, precies op de plek waar de schade zit: bij de longblaasjes. ‘Hiervoor gebruiken we een hydrogel waarmee we de medicijnen inpakken tot piepkleine bolletjes’, vertelt Irene Heijink. ‘Dit heeft voordelen. De medicijnen komen hierdoor op de juiste plek terecht. Daarnaast zorgt de hydrogel ervoor dat het afweersysteem de medicijnen niet opruimt. Daardoor kunnen ze ongeveer zeven dagen groeistoffen afgeven om de stamcellen weer aan het werk te zetten. We weten niet of de stamcellen na één keer toedienen van de medicijnen aan het werk blijven. Dat moeten we verder onderzoeken.’ Tot slot ontdekten de onderzoekers dat de hydrogel zelf ook een herstellende werking heeft. De combinatie van het medicijn én de hydrogel zorgt mogelijk dus voor een beter herstel van het longweefsel.
Toedienen
‘De gel gaan we straks met een bronchoscoop inbrengen bij mensen met COPD. Dat gaat zo: de patiënt krijgt een roesje en daarna gaan we met een slangetje de luchtwegen in. We hopen dat dit maar één keer nodig is’, legt Irene Heijink uit. De onderzoekers kijken of het mogelijk is om de medicijnen te inhaleren. Dat is minder belastend dan een bronchoscopie. ‘We weten nog niet wat er gebeurt als iemand met COPD weer gaat roken en daardoor opnieuw schadelijke stoffen inademt. Het is natuurlijk altijd belangrijk om de prikkels die tot schade leiden zoveel mogelijk weg te halen.’
De volgende stap
‘Dit klinkt allemaal veelbelovend,’ zegt Irene Heijink. ‘Maar voordat we het medicijn kunnen gebruiken, moeten we eerst zeker weten dat het veilig is. Dat duurt lang, omdat we aan strenge kwaliteitseisen moeten voldoen.’ Als de behandeling in het laboratorium goed werkt en veilig blijkt, kan het onderzoek bij mensen beginnen. Dat gebeurt stap voor stap. Eerst bij gezonde mensen, daarna bij een kleine groep mensen met COPD en uiteindelijk bij een grotere groep patiënten. ‘Hopelijk kunnen we mensen met COPD hiermee in de toekomst echt genezen. De behandeling kan ook geschikt zijn voor mensen die al ouder zijn, al lange tijd COPD hebben of veel schade aan hun longen hebben. Het zou fantastisch zijn als zij weer beter kunnen ademen!’
Samenwerken
In 2015 kreeg prof. dr. Irene Heijink een subsidie van 600.000 euro van het Longfonds. Met dit geld deed zij samen met andere onderzoekers onderzoek naar longziekten. Die onderzoekers waren PhD Lei Wang, prof. Janette Burgess en prof. Dirk-Jan Slebos van het UMCG en PhD Nirmayi Homkar en prof. Jeroen Leijten van de Universiteit Twente. Ze werkten samen en deelden hun kennis. Zo wilden ze nieuwe en betere behandelingen vinden voor mensen met een longziekte.
Tekst: Judith Langeland