Longrevalidatie maakt het leven makkelijker

Heb je elke dag veel last van je longziekte? Dan kan longrevalidatie helpen. Dat kan bij de fysiotherapeut, in het ziekenhuis of in het revalidatiecentrum. Longarts Romkje Hospes legt uit hoe het werkt. 

Een longziekte verandert je leven. Veel mensen met bijvoorbeeld COPD of astma hebben daar dagelijks last van. Ze worden snel moe of benauwd. Daardoor kunnen ze minder doen dan ze zouden willen. Ook als ze trouw hun pufjes of andere medicijnen nemen. Wat kun je nog méér doen om je beter te voelen? ‘Longrevalidatie’, zegt longarts Romkje Hospes beslist. ‘Longrevalidatie is één van de beste dingen die je kunt doen als je veel last hebt van je longziekte.’

Fysiotherapie op maat

Er zijn verschillende vormen van longrevalidatie. De lichtste vorm is één of twee keer per week een uurtje fysiotherapie. Liefst bij een fysiotherapeut die is gespecialiseerd in longziekten. Die geeft professionele begeleiding bij oefeningen. Zo bouw je kracht en conditie op. 

‘Bewegen is de basis’, zegt Hospes. ‘Dat geldt voor iedereen met longklachten. Maar het is best lastig om op eigen houtje te trainen. Een gespecialiseerde fysiotherapeut geeft goede begeleiding. De training wordt op maat gemaakt: de één heeft wat meer krachttraining nodig, de ander wat meer conditietraining. Zo lukt het vaak wél.’ 

Mensen die deze vorm van longrevalidatie volgen, kunnen sterker worden en hun conditie verbeteren. Dat maakt het leven makkelijker. Ademhalen kost minder moeite. Je loopt ook minder risico op een longaanval. Voor longrevalidatie is een verwijzing van een arts niet verplicht, maar wel handig. Dan is de fysiotherapeut beter geïnformeerd en wordt de begeleiding vaak vergoed door de zorgverzekeraar.

In het ziekenhuis

Voor mensen die meer nodig hebben dan alleen fysiotherapie, is er longrevalidatie in het ziekenhuis. Het traject duurt meestal twaalf weken. Elke week ga je twee keer een ochtend of een middag naar het ziekenhuis toe. Ook hier krijg je fysiotherapie op maat. Je doet de oefeningen met een groepje mensen die allemaal hun eigen beweegprogramma volgen. 

Daarnaast zijn er andere specialisten. Een diëtist, een maatschappelijk werker, een longverpleegkundige en soms een ergotherapeut. Zij vertellen hoe je ook op andere manieren je klachten kunt verlichten. Bijvoorbeeld door gezonder te eten of een betere lichaamshouding aan te nemen. Ook moeilijkheden op het werk of in relaties kunnen aan bod komen. 

Hospes: ‘Samen kijken we naar wat er nodig is, waar iemand tegenaan loopt in het dagelijks leven en op welke manieren we kunnen helpen.’ Er is ook gelegenheid om met elkaar te praten, als deelnemers onderling, bij een kopje koffie of thee. ‘Een longziekte kan soms eenzaam voelen. In zo’n groepje merk je dat je er niet alleen voor staat.’ Vaak hebben de meeste mensen in de groep astma of COPD.

In een longrevalidatiecentrum

Om voor longrevalidatie in het ziekenhuis in aanmerking te komen, is een verwijzing nodig van een longarts. Dat geldt ook voor weer een andere vorm van longrevalidatie, die plaatsvindt in een speciaal longrevalidatiecentrum. Dit is de meest intensieve vorm: Je gaat er elke dag naartoe of blijft daar overnachten. 

Een traject in een longrevalidatiecentrum duurt meestal acht tot twaalf weken. Ook hier kijken verschillende deskundigen naar manieren om te herstellen van een longziekte. Voor mensen met verschillende soorten klachten waar ze tegelijk aan willen werken, kan deze vorm van longrevalidatie uitkomst bieden. 

Romkje Hospes is longarts in het ziekenhuis Nij Smellinghe

Wie is Romkje Hospes?

‘Longproblemen zijn heel invoelbaar: hoesten, benauwdheid, vermoeidheid. Ik vind het fijn om mensen met een longziekte zo goed mogelijk te begeleiden.’ Romkje Sietske Hospes (40) werkte eerst als verpleegkundige op een longafdeling. Nu is ze longarts bij ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten. Fries is haar eerste taal. Dat is prettig voor Friese patiënten. ‘Het voelt vertrouwd. Voor mij ook. Fries ligt net wat dichter bij mijn hart dan Nederlands.’ Hospes woont in een dorp in Groningen met haar man en drie zoons. Ze houdt van hardlopen.  

Wensen en doelen

Welke vorm van longrevalidatie voor jou het meest geschikt is, bepaal je samen met de longarts. Hospes doet dat ook met haar patiënten. ‘Met elke patiënt bespreek ik de gezondheid en wat er verbeterd kan worden. Als ik denk dat longrevalidatie een goede behandeling kan zijn, kijken we samen naar wat het beste revalidatieprogramma is. Dat hangt niet alleen af van de lichamelijke klachten, het gaat ook om wat iemand zelf wil. Want uiteindelijk moet diegene het zélf doen.’

Rustmomenten

Sommige mensen kunnen niet wachten om te beginnen met longrevalidatie, anderen zien er tegenop. ‘Dat is heel begrijpelijk’, benadrukt Hospes. ‘Je kunt denken: ik bén al zo snel benauwd. Moet ik nu nóg meer gaan bewegen?’ Die mensen stelt ze gerust. Bij longrevalidatie gaat het niet om zo hard mogelijk sporten. ‘Je gaat niet tot het gaatje. Rustmomenten horen erbij. En vooral: het is maatwerk. Je krijgt een programma dat speciaal voor jou is samengesteld. Je werkt aan haalbare doelen die je zelf belangrijk vindt.’ 

Een doel is altijd persoonlijk. Misschien wil je weer zonder hulp een maaltijd kunnen koken. Of een wandelingetje maken. De longarts helpt om te bepalen wat er mogelijk is en welke vorm van longrevalidatie daarbij hoort. 

Resultaten

Longrevalidatie levert altijd iets op. De meeste mensen gaan er lichamelijk op vooruit en voelen zich daarom ook beter. Ze worden sterker en hebben een betere conditie. Ze hebben het minder benauwd. Ze kunnen beter omgaan met hun ademhaling en met gevoelens van angst en paniek. Dit alles is ook weer goed voor het zelfvertrouwen. Hospes kent mensen die altijd binnen bleven, en dankzij longrevalidatie eindelijk weer naar buiten durfden. Zo wordt het leven weer wat groter en leuker. 

Eric Peeman heeft COPD

'Ik heb veel aan de therapie gehad'

Eric Peeman (63) heeft ernstig COPD met een Astma-component. Maar door een succesvolle opname in een longrevalidatiecentrum, zijn optimisme en de steun van zijn partner, kan hij nog steeds genieten van het leven. 'Door de revalidatie ben ik tot het besef gekomen dat mijn gezondheid op nr. 1 moet staan.'

Hulp vragen

Er zijn ook grenzen aan wat je kunt bereiken. Sommige activiteiten kunnen nu eenmaal niet meer. Ook daar leer je mee omgaan. Hospes: ‘Je leert je grenzen kennen en accepteren. En je leert hulp vragen. Dat vinden sommige mensen ook heel moeilijk. Bijvoorbeeld hulp bij het huishouden of bij douchen. Maar als je telkens bekaf bent na het douchen, is een beetje hulp best een goed idee. Dan houd je energie over voor andere dingen.’ 

Een andere vorm van hulp waar mensen in het begin vaak moeite mee hebben, is een rollator. ‘Iedereen kan zien dat je niet zelfstandig loopt. Dat kan heel erg wennen zijn. Maar mét een rollator kom je wel verder dan zonder.’ 

Na de longrevalidatie

Is de longrevalidatie achter de rug, dan is het vooral belangrijk om fit te blijven. Iedereen gaat naar huis met een eigen beweegprogramma. Voor sommige mensen bestaat dat uit zelfstandig sporten of wandelen. Andere mensen houden hun kracht en conditie op peil bij de fysiotherapeut. Bewegen blijft de basis.

Tips en adviezen

  • Wil je meedoen aan longrevalidatie? Bespreek de mogelijkheden met je longarts.
  • Doe je geen longrevalidatie? Ook dan is bewegen belangrijk. Denk aan wandelen of fietsen. Of kijk op longfonds.nl/beweegkaart.
  • Wil je wandelen, maar liever niet alleen? Kijk dan op longfonds.nl/activiteiten naar een wandelgroep in de buurt.
  • Rook je? Probeer te stoppen. Dat maakt veel uit voor je gezondheid. Bij longrevalidatie wordt vaak een programma aangeboden om hierbij te helpen. Deze begeleiding (soms met medicijnen) maakt de kans op succesvol stoppen groter. Dat kost niets. 

Dit artikel is verschenen in Longwijzer 3, 2026.

Gratis LONGWIJZER

Ontvang nu gratis 2x ons magazine LONGWIJZER. Hierin staan ervaringen, tips en alle ontwikkelingen over longziekten. Meld je snel aan. De oplage is beperkt.

Cover Longwijzer 3, 2026, met Jur Melchior