Help mee Bestel gratis
Eenrichtingsventielen bij COPD - Duur: 02:07 Meer lucht door kleinere longen

Kleinere longen, toch meer lucht

Het klinkt misschien vreemd, maar na het kleiner maken van de longen knapt een deel van de mensen met COPD op. Longarts Dirk-Jan Slebos voert deze ingreep uit en doet onderzoek naar de resultaten.

‘Bij een van mijn patiënten stond de caravan al vier jaar ongebruikt in de garage’, vertelt longarts Dirk-Jan Slebos. ‘Een paar weken na de operatie vertrok hij er mee naar de Ardennen om te gaan vliegvissen, zijn grote hobby.’

Slebos plaatst ventielen in de longen van mensen met COPD. De ingreep is nu bij zo’n driehonderd mensen uitgevoerd en zeker 225 van hen voelen zich nu beter. Ze zijn actiever en minder kortademig dan vóór de operatie. De behandeling waar het om gaat heet bronchoscopische longvolumereductie.

Niet bij iedereen is het resultaat hetzelfde. Soms kon iemand zichzelf vóór de ingreep bijvoorbeeld niet meer wassen en na de behandeling weer wel. Maar het komt ook voor dat de ingreep geen effect heeft. Slebos: ‘We onderzoeken nu waarom sommige mensen er meer mee geholpen zijn dan anderen. Ook willen we beter kunnen voorspellen voor wie de operatie wel en niet geschikt is en of mensen zich ook jaren later nog beter voelen.’

Maatwerk

Maar wat houdt de ingreep precies in? ‘Het komt erop neer dat we het slechte deel van de longen afsluiten. We plaatsen hierbij eenrichtingsventielen, dat wil zeggen dat er wel nog lucht uit het afgesloten deel kan, maar dat er geen nieuwe lucht meer in kan. Het deel van de longen dat je gebruikt, wordt dus kleiner’, vertelt Dirk-Jan Slebos. Dat klinkt nogal tegenstrijdig, want je zou denken dat je met kleinere longen juist nog benauwder bent. Toch is dat niet zo. Slebos: ‘Als de longen sterk zijn uitgerekt door COPD, dan lukt het niet meer om goed uit te ademen. Er blijft lucht achter in de longen en dat maakt benauwd. Dat wordt nog erger als je sneller ademt, bijvoorbeeld bij inspanning. Sluiten we het uitgerekte deel af, dan gaat uitademen weer makkelijker.’

De operatie gebeurt met een bronchoscoop. Dit is een beweegbare slang die via de keel naar binnen gaat. Aan het eind van de slang zit een soort buisje waarmee de ventielen worden geplaatst. Aan het begin zit een kijkertje zodat de arts precies kan zien wat hij doet. Het grote voordeel van deze methode is dat de borstkas niet open hoeft. Er zijn dus minder risico’s dan bij een gewone longoperatie en het herstel gaat sneller. Dirk-Jan Slebos: ‘Bovendien kunnen we de ingreep terugdraaien. We halen het slechte deel van de longen niet weg en de ventieltjes kunnen er weer uit als dat nodig is.’

De operatie duurt bij elkaar ongeveer een half uur. Het plaatsen van de ventieltjes is echt maatwerk. Het slechte deel van de long moet namelijk helemaal luchtdicht worden afgesloten. Als er nog lucht langs kan, werkt de ingreep niet. In Nederland gebeurt deze behandeling voorlopig alleen in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).

Meer energie

Na de operatie merk je meestal niet direct verschil. Dirk-Jan Slebos: ‘De ruimte in de borstkas is eerst nog te groot. Dat trekt vanzelf bij en ook het middenrif komt iets omhoog. Als het goed is, ben je na een paar weken minder kortademig en heb je meer energie.’ Het belangrijkste risico bij de ingreep is een klaplong. Ongeveer één op de vier mensen krijgt zo’n klaplong. ‘De kans hierop is de eerste dagen na het plaatsen van de ventielen het grootst. Dan lig je gelukkig nog in het ziekenhuis en kunnen we dus snel ingrijpen.’ Een ander risico is dat de longen of de luchtwegen gaan ontsteken en het lichaam de ventielen afstoot. Wat de eventuele bijwerkingen op de langere termijn zijn, weten ze nu nog niet precies, zegt Slebos. ‘Ook dat willen we onderzoeken. En natuurlijk wat de ingreep verder nog oplevert. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de rest van het lichaam als de ademhaling verbetert? Welke spieren worden sterker en verbeteren ook de hartfunctie en de stofwisseling? Dat zijn allemaal interessante vragen waar we graag antwoord op willen vinden. Mede door het geld dat we van het Longfonds krijgen, kunnen we dit uitzoeken.’

Vooral  bij longemfyseem

Niet iedereen met COPD komt in aanmerking voor de ingreep met het ventieltje. COPD is een verzamelnaam voor verschillende ziekten. Dirk-Jan Slebos: ‘Voor mensen met chronische bronchitis die veel last hebben ontstekingen is de methode niet geschikt. Bij de meest ernstige vormen van longemfyseem werkt de ingreep wel. Bij longemfyseem ontstaat de benauwdheid doordat de long te veel is uitgerekt. De ingreep werkt het beste als één deel van de longen nog heel goed is en één deel heel erg uitgerekt. Dat sluiten we dan af.’

Maar hoe weet je nou of je longemfyseem, chronische bronchitis of een heel andere vorm van COPD hebt? Slebos: ‘Mensen met chronische bronchitis hoesten veel slijm op en hebben meer last van longaanvallen. Bij longemfyseem is de benauwdheid wat constanter. Maar het is niet altijd duidelijk, ook niet voor longartsen. Daarom werken we in dit onderzoek samen met het Radboud Universitair Medisch Centrum van Nijmegen. Daar zit een team dat CT-scans van de longen bekijkt. Wij maken de scan hier in Groningen en sturen die naar hen door. Patiënten hoeven dus niet heen en weer te reizen.’

Goede conditie

De ingreep heeft alleen zin bij mensen met ernstig longemfyseem die verder juist zo gezond mogelijk zijn. Dirk-Jan Slebos: ‘Ze moeten het ook heel graag willen. Ze moeten minimaal een half jaar geleden zijn gestopt met roken en een goede conditie hebben opgebouwd. Daarvoor kunnen ze terecht in een longrevalidatiecentrum of bij een fysiotherapeut.’

De behandeling met longventielen is sinds dit jaar opgenomen in de internationale COPD-behandelrichtlijn (GOLD). Slebos: ‘Als we precies de voor- en nadelen kennen en weten bij wie deze ingreep goed werkt, kunnen we straks hopelijk nog meer mensen helpen.’

Heeft u vragen? Wij helpen u graag.
Bellen
Bel ons op telefoonnummer (033) 43 41 212