Meer lucht voor mensen met COPD

Met een paar piepkleine ventielen sluit hij het slechtste deel van de long luchtdicht af. Zo zorgt longarts Dirk-Jan Slebos (UMCG) ervoor dat mensen met COPD weer makkelijker ademen. ‘Voor deze ingreep is geen zware operatie nodig.’ Het onderzoek naar de resultaten van deze ingreep steunt Longfonds.

Dirk-Jan Slebos

Net terug op de zaal na zijn ingreep had Chris Spaan (65) behoorlijke trek gekregen. Op de tafel stond zijn lunch al klaar. Waar hij normaal geen stap kon zetten zonder rollator, stapte hij nu probleemloos zijn bed uit om naar de stapel boterhammen te lopen. ‘Dokter Dirk-Jan Slebos en mijn zoon, die er toevallig allebei waren, stonden met grote ogen te kijken’, vertelt Chris. ‘Maar ik voelde me opgeknapt. Dat bleek ook wel: ik ging van 10 naar 38 procent longinhoud.'

Het verhaal van Chris is niet uniek. Sinds 2009 heeft longarts Dirk-Jan Slebos al heel wat patiënten met COPD kunnen helpen. ‘Bij COPD rekken de longen uit. Daardoor lukt het niet meer om goed uit te ademen. Er blijft lucht achter in het slechte, uitgerekte deel. Dat maakt benauwd. Daarom sluiten we dat slechte deel af met een ventiel. Dit ventiel zorgt dat er alleen nog lucht uit het slechte deel van de long kan, er kan geen nieuwe lucht meer in. De long wordt kleiner en het slechte deel kan zich niet meer uitrekken. Daardoor kunnen mensen met COPD weer makkelijker ademen zonder benauwd te raken.’

Chris kijkt in de camera

'De operatie verliep vlekkeloos. Ik kon geen narcose krijgen omdat ik zo weinig longinhoud had. Dan maar zonder'

Chris Spaan, heeft COPD

Verschil na één dag

Voor de ingreep is geen zware operatie nodig. Slebos: ‘We werken met een dunne beweegbare slang, een bronchoscoop. Via de keel kunnen we zo de ventielen plaatsen. Dat gebeurt heel precies om het slechte deel van de longen helemaal luchtdicht te maken. Als er nog lucht langs kan, werkt het niet. Het grote voordeel van deze werkwijze is dat we niet de borstkas hoeven openen. Daardoor is de ingreep minder belastend en zijn er minder risico’s dan bij een operatie. Ook herstellen mensen sneller. Soms merken mensen al na een paar dagen verschil, al kan het ook een paar maanden duren.’

Grotere wereld

Mensen kunnen meer na de ‘bronchoscopische longvolumereductie’, zoals de behandeling heet. ‘Zij kunnen, net als Chris, dingen die ze voorheen niet meer konden’, vertelt Slebos. ‘De één had bijvoorbeeld twee uur nodig om zich te wassen en aan te kleden en kan dat nu in een half uur. Of iemand heeft minder hulp nodig van de thuis- of mantelzorg. Maar je kunt ook denken aan zelf wat meer kunnen in het huishouden, spelen met de kinderen, oppassen op kleinkinderen of de trap op- en aflopen. Soms kunnen mensen hierdoor ook blijven werken of meer eropuit. Het lijken kleine stappen, maar voor mensen met COPD, die vaak de hele dag aan huis gebonden zijn, maakt dat hun wereld letterlijk weer groter.’

Zo’n drie op de vier mensen die de behandeling ondergaan, hebben voordeel bij de longventielen. ‘Wel neemt bij een klein deel van hen de werkzaamheid af na een paar jaar. Dan kunnen we de ingreep opnieuw uitvoeren’, vertelt Dirk-Jan Slebos. Er is ook een groep bij wie de ingreep geen effect heeft. ‘Dat gebeurt bij ongeveer een kwart van de mensen. Het kan gebeuren dat het lichaam de ventielen als het ware afstoot. Of dat er toch lekkage ontstaat en er lucht ontsnapt naar het deel van de longen dat we hebben afgesloten. Dan komt de kortademigheid terug.’ Daarnaast krijgt één op de zes mensen net na de ingreep een klaplong. ‘Daarom blijven mensen de eerste dagen nog in het ziekenhuis. Dan kunnen we er meteen iets aan doen.’

Niet voor iedereen

Om de kans zo groot mogelijk te maken dat de ingreep slaagt, krijgen patiënten vooraf een uitgebreide keuring. ‘Mensen komen een hele dag naar ons ziekenhuis in Groningen. Daar krijgen ze verschillende onderzoeken, zoals een hartfilmpje, een longfunctieonderzoek en een looptest. Uiteindelijk is er van de tien patiënten met een ernstige vorm van COPD maar één persoon die in aanmerking komt voor de behandeling’, legt Dirk-Jan uit. ‘Zo is de methode niet geschikt voor mensen met chronische bronchitis die veel last hebben van ontstekingen. Maar bij sommige vormen van longemfyseem werkt de ingreep wel. De ingreep werkt het beste als één deel van de long nog heel goed is en één deel heel erg uitgerekt. Dan kunnen we het slechte gedeelte luchtdicht afsluiten.’

Longventiel

Longventiel

‘Het plaatsen van de ventieltjes is echt maatwerk. Het komt erop neer dat we het slechte deel van de longen afsluiten. We plaatsen hierbij eenrichtingsventielen, dat wil zeggen dat er wel nog lucht uit het afgesloten deel kan, maar dat er geen nieuwe lucht meer in kan. Het deel van de longen dat je gebruikt, wordt dus kleiner’, vertelt Dirk-Jan Slebos.

Lees meer

Goede reden

Eerst maakte Chris geen kans op de operatie. ‘Ik hoorde in 2010 over de ingreep bij Tijd voor Max, want ik lag toen nog vaak ’s middags op bed. Mijn longarts verwees me naar het UMC Groningen. Ik kom uit Purmerend, maar de behandeling was nog nergens anders. In mei 2011 kreeg ik daar de hele dag onderzoeken. Dokter Slebos vroeg waarom ik de ingreep graag wilde. Ik zei dat ik een zoon had van zeventien die ik te jong vond om alleen te laten. Dat vond hij een goede reden. De uitslagen van mijn onderzoeken waren eigenlijk te slecht, maar omdat ik zo graag wilde kreeg ik de ingreep toch.’ De operatie in juli verliep vlekkeloos. ‘Ik kon geen narcose krijgen omdat ik zo weinig longinhoud had. “Dan maar zonder”, zei ik. In een kwartiertje was het gepiept.’

Vissen

Inmiddels staat de behandeling in de richtlijn voor COPD-zorg. Naast het UMC Groningen bieden ook andere ziekenhuizen de ingreep nu aan. Toch zijn er ook nog wel wat vragen rondom de behandeling. Slebos: ‘Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de rest van het lichaam als de ademhaling verbetert? Verbeteren ook de hartfunctie en de stofwisseling? En is het slimmer om vóór de behandeling al met longrevalidatie te beginnen, of juist erna? We zoeken dit uit. Heel fijn dat Longfonds dit onderzoek steunt! Eind volgend jaar hebben we daar de eerste resultaten van. Hoe meer we weten, hoe beter we de behandeling kunnen insteken.’

Chris kreeg nog geen longrevalidatie na de operatie. Wel ging hij zelf aan de slag. ‘Ik ga elke week naar een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in longziekten. Ook train ik thuis met gewichten en soms op de hometrainer. Mijn levensmotto is: geef nooit op. En dat lukt me aardig; mijn zoon doet nog steeds de zware taken in huis, maar ik kook. Daarnaast ga ik graag wandelen, vissen of fotograferen in de natuur. Je moet er zelf het beste van maken!’

Aan dit onderzoek werken wetenschappers van het UMCG, het MUMC, CIRO en het Radboud UMC samen.

Meer weten over longventielen? Lees ons bericht van november 2017.

Tekst: Naomi van Esschoten