Help mee Bestel gratis
Talentvolle jonge onderzoekers: Loes Kistemaker - Duur: 2:00 Loes Kistemaker onderzoekt hyperreactiviteit bij astma.

De link tussen astma en ‘foute’ longzenuwen

Als je een ziekte beter begrijpt, kun je hem ook beter bestrijden, vindt onderzoeker Loes Kistemaker. Ze is hard bezig om weer een nieuw puzzelstukje te leggen in de strijd tegen astma. Ze onderzoekt de invloed van onze zenuwen op astma. Het lijkt erop dat mensen met astma meer longzenuwen hebben dan anderen. Wat zorgt ervoor dat bij astma de ‘foute’ zenuwen verder groeien?

Onze hersenen en zenuwen zijn de bestuurders van ons lichaam. Niet zo raar dus dat ons zenuwstelsel ook een belangrijke rol speelt bij het aansturen van de longen, vertelt Loes Kistemaker. Ze werkt in het laboratorium van de Universiteit van Groningen en onderzoekt de invloed van de zenuwen op astma. 

Wat is de rol van de zenuwen in ons lichaam? Loes: ‘Over een groot deel van de acties in je lichaam heb je zelf controle. Je kiest er bijvoorbeeld voor een pot chocoladepasta van tafel te pakken en je boterham ermee te besmeren. Een ander deel van de zenuwen krijgt automatisch ‘orders’ vanuit de hersenen: bijvoorbeeld om je hart te laten kloppen of om adem te halen. Daar heb je zelf geen bewuste invloed op.’

De longen horen bij dit ‘automatische’ stelsel. We vinden er een dicht netwerk van zenuwen. ‘Die zenuwen hebben allemaal een andere rol’, legt Loes uit. ‘Zo zijn er de zenuwen die zorgen voor het samentrekken van de spieren, en de zenuwen die juist zorgen dat de spieren ontspannen.’

Meer ‘foute’ dan ‘goede’

Loes vermoedt dat mensen met astma een uitgebreider netwerk van zenuwen in de longen hebben dan mensen zonder astma. ‘Ook denk ik dat er bij astmapatiënten iets verandert in de verdeling van de zenuwen. Ik denk dat ze méér zenuwen krijgen die de spieren laten samentrekken waardoor je het benauwd krijgt, en mínder zenuwen die de spieren juist ontspannen. Meer ‘foute’ zenuwen dus dan ‘goede’.’

Dit gaat ze onderzoeken in het longweefsel van mensen met en zonder astma. Daarnaast wil ze het aantonen bij proefdieren in het laboratorium. ‘Er is een nieuwe techniek waarbij je de zenuwen een kleur kunt geven en in 3D kunt bestuderen. Zo kijk ik naar de zenuwbanen van gezonde muizen en van muizen die een allergeen hebben gekregen.’ Loes verwacht dat de longen van deze astma-muizen een uitgebreider netwerk van zenuwen hebben dan de gezonde muisjes. En dat er meer zenuwen oplichten die de spieren laten samentrekken.

De X-factor

Een ander deel van Loes’ onderzoek richt zich op een groeifactor, BDNF. Want wát zorgt er nou voor dat bij mensen met astma de ‘foute’ zenuwen verder groeien? ‘Bij astmapatiënten is deze groeifactor hoger dan bij andere mensen, dat is bekend’, reageert Loes. ‘Het zou kunnen dat dit de astma verergert. We gaan bij muizen die groeifactor afremmen om te zien of ze dan minder ‘foute’ zenuwen ontwikkelen en ook minder last hebben van benauwdheid. We willen ook weten wat dit doet met de prikkelbaarheid van de longen en de ontstekingen in de longen. Voorlopig onderzoeken we dit alleen nog maar bij muizen. Het duurt nog lang voordat we dit ook bij mensen kunnen onderzoeken.’

Meer bewijs

Toch komen de onderzoekers weer wat dichter bij een beter medicijn. ‘Als je een ziekte beter begrijpt, kun je hem natuurlijk ook beter bestrijden’, zegt Loes. ‘Mensen met astma gebruiken vaak een luchtwegverwijder, en nu kunnen ze ook kiezen voor een medicijn dat invloed heeft op de zenuwen. Een werkzame stof als tiotropium doet astmapatiënten goed, omdat het de spiersamentrekking – via de zenuwen – vermindert. COPD-patiënten krijgen dit medicijn al langer, maar dat ook mensen met astma er baat bij hebben, weten we pas sinds kort. Artsen schrijven het daarom nog niet zo vaak voor. Eerst willen ze meer bewijs zien. Als dat er eenmaal is, gaan ze dit medicijn vaker gebruiken bij mensen met astma.’

Ook in het afremmen van de groeifactor ziet Loes kansen voor de toekomst. ‘Op basis van dit onderzoek kunnen we een therapie ontwikkelen, zodat mensen met astma in de toekomst ook de juiste samenstelling van zenuwen hebben. En niet langer meer ‘foute’ dan ‘goede’.’ 

Heeft u vragen? Wij helpen u graag.
Bellen
Bel ons op telefoonnummer (033) 43 41 212