Help mee Bestel gratis
Talentvolle jonge onderzoekers: Janesh Pillay - Duur: 1:45 Janesh Pillay doet onderzoekt naar de afweercellen die bij mensen met COPD niet goed meer werken.

Afweercellen bij mensen met COPD

Afweercellen doen meestal goed werk: ze vechten tegen bacteriën. Maar bij mensen met COPD richten deze ‘vechtersbazen’ in de longen soms juist schade aan. Onderzoekers werken hard aan een oplossing.

Soms kun je de afweercellen uit je lichaam met eigen ogen zien. ‘Het is een beetje een vies verhaal’, waarschuwt Leo Koenderman, longonderzoeker aan de Universiteit Utrecht. ‘Maar als je een steenpuist hebt, bestaat het pus dat je ziet voornamelijk uit afweercellen. Ze vechten tegen de bacterie die de puist veroorzaakte.’ 

Afweercellen zijn een soort hulptroepen van je afweersysteem. Ze zitten in je bloed en worden door je lichaam opgetrommeld als je ergens een ontsteking krijgt, bijvoorbeeld in je longen. ‘Eerst gaan de afweercellen daar in de buurt proberen om de boel te repareren. Maar al snel wordt ook een groot leger via je bloed naar de ontstoken plek toegestuurd. Binnen een paar minuten zijn deze afweercellen al ter plekke om de infectie te bestrijden en de bacterie ‘op te eten’.’ 

Nuttig

Afweercellen zijn dus erg nuttig. Maar bij mensen met COPD zorgen de ‘vechtersbazen’ van het immuunsysteem ook vaak voor overlast in de longen. Ze bivakkeren dan te lang en met te grote groepen in het longweefsel. ‘Dat komt doordat er bij deze patiënten eigenlijk altijd wel bacteriën in hun longen zitten. Koenderman: ‘Hun lichaam blijft daarom op deze plekken de hulp inroepen van afweercellen.’ Maar dat heeft eigenlijk geen zin. ‘De afweercellen kunnen namelijk niet alle bacteriën verjagen, hoe hard ze ook vechten. De ziektekiemen zitten als het ware te ‘vast’ in de longen.’   

Maar afweercellen hebben dat niet door. Ze blijven maar vechten tegen de bacteriën, ook al boeken ze weinig resultaat. En ze werken niet erg netjes. Met hun voortdurende aanvallen op ziektekiemen beschadigen ze ook het gezonde longweefsel rond de bacteriën. ‘Ze gebruiken grof geweld en daarmee vernielen ze ook longcellen die je hard nodig hebt.’ Kortom: het longweefsel verandert in een soort oorlogsgebied.

Legertjes van afweercellen

De op hol geslagen legers van afweercellen moeten dus worden uitgedund. Koenderman werkt samen met zijn collega Janesh Pillay aan een manier om overbodige afweercellen naar de uitgang van de longen te leiden. Hoe de onderzoekers dat voor elkaar willen krijgen? Daarvoor richten ze hun aandacht op een eiwit dat de ‘vechtcellen’ het signaal geeft om in de longen te blijven. Ze worden als het ware afgeremd door dit eiwit. Een druppel bloed stroomt normaal gesproken binnen veertien seconden door de longen heen. Razendsnel dus. Maar bij mensen met COPD bindt een stof in de longen zich aan dit ene eiwit, dat op de afweercellen in het bloed zit. De vaart van de cellen mindert daardoor en ze blijven hangen in de longen. ‘Zo ontstaan de legertjes van vechtende afweercellen die veel schade aanrichten in het longweefsel.’

De reis door de longen

Maar er bestaat een stofje dat deze legertjes misschien uit de longen kan verjagen. Dat heet plerixafor. Deze stof zorgt ervoor dat afweercellen zich niet meer via dat ene eiwit aan stofjes in de longen kunnen binden. De afweercellen worden plotseling blind voor het eiwit. ‘Cellen hebben natuurlijk geen ogen, maar wel een soort ‘ontvangers’ waarmee ze de stoffen om hen heen opsporen’, zegt Koenderman. ‘Door plerixafor kunnen afweercellen niet meer reageren op de stofjes die hen in de longen houden.’ Tot nu toe is het middel vooral op dieren getest. ‘We moeten dus nog uitzoeken of het ook bij mensen met COPD werkt. Dat doet hoofdonderzoeker Janesh Pillay aan de Universiteit van Cambridge in Engeland.’

Bij de proefpersonen worden er eerst afweercellen uit hun bloed gehaald. ‘Die cellen merken de onderzoekers met een speciale stof die goed is te zien in het bloed. Daarna ‘laten’ ze de gemerkte cellen weer in het lichaam van de proefpersonen ‘los’. Met een speciale camera volgen ze de afweercellen tijdens hun reis door de longen. Zo zien ze dus precies hoeveel er in de longen blijven hangen nadat de proefpersonen plerixafor krijgen toegediend. We weten dan of het middel overbodige afweercellen in het longweefsel kan verdrijven.’

Nieuw medicijn?

Zelf gaat Koenderman ook verder onderzoek doen naar afweercellen. Niet in het lichaam van proefpersonen, maar in het laboratorium. ‘Je kunt niet eindeloos proefjes uitvoeren op mensen. Daarom gaan we de afweercellen ook in reageerbuizen bestuderen.’ Hij wil bijvoorbeeld uitzoeken hoe afweercellen zich precies gedragen in de longen. Op welke manier hechten ze zich aan stukjes longweefsel? En hoe vechten ze precies tegen bacteriën? Verder bestudeert hij verschillende soorten afweercellen. ‘Ze doen namelijk niet allemaal precies hetzelfde, ze zijn niet allemaal even schadelijk. We willen weten welke afweercellen we het beste uit de longen kunnen verdrijven en welke niet.’
Hoe meer de onderzoekers te weten komen over afweercellen en plerixafor, hoe groter de kans dat er een nieuw medicijn kan worden ontwikkeld voor mensen met COPD. ‘Het mooiste zou zijn als we het aantal afweercellen in hun longen heel precies kunnen regelen met een middel. We willen genoeg afweercellen uit de longen verdrijven om hun klachten te verhelpen, maar er moeten ook genoeg afweercellen overblijven om te vechten tegen infecties.’

Geen pilletje, maar inhaleren

Als er zo’n medicijn komt, gaat het waarschijnlijk niet om een pilletje of een spuitje. Patiënten zullen het middel moeten inhaleren, zodat het rechtstreeks in hun longen terechtkomt. ‘Op die manier verdrijf je alleen afweercellen uit het longweefsel en voorkom je dat je ook afweercellen in andere gebieden van je lichaam per ongeluk verjaagt’, legt Koenderman uit. Hij hoopt dat het hen lukt om het middel te ontwikkelen. Op dit moment is er namelijk geen medicijn dat echt goed tegen deze longziekte werkt. ‘Zelfs sterke middelen als steroïden kunnen de benauwdheid niet echt verlichten. Als we het aantal afweercellen in de longen meer in balans kunnen brengen, geeft dat meer lucht. Dat is ons doel.’ 

Heeft u vragen? Wij helpen u graag.
Bellen
Bel ons op telefoonnummer (033) 43 41 212